Verslag weidevogels

2025

 Evaluatie weidevogelbroedseizoen 2025 in de gemeente  Berkelland. 

Eindelijk perfecte weersomstandigheden voor de weidevogels. Na een drietal te droge en daarna een te koud en nat seizoen, was 2025 ideaal. 
De weilanden waren bij aankomst van de vogels lekker nat en er was voldoende voedsel om op te vetten na de soms lange terugreis uit het zuiden. Het aantal teruggekomen Grutto’s was zeker niet minder dan in voorgaande jaren en dat beloofde veel goeds. 

Dat kwam er echter niet. De vroege kievit-nesten gingen nagenoeg allemaal verloren. En de inspanning van het zoeken en markeren lijkt weinig zinvol, gezien de lage slagingskans. 
Om die reden zijn  de weidevogelvrijwilligers gestopt met het systematisch alle percelen aflopen om de legsels te markeren.  Afgesproken is om te observeren waar in welke percelen weidevogels actief zijn. Daarna contact op te nemen met de grondeigenaar om te horen of en zo ja, wanneer er bewerking van het perceel zal plaats vinden. Mocht er niet bewerkt worden gedurende de broedtijd van de betreffende weidevogels, dan laten we het perceel (en daarmee de vogels) met rust en zijn er geen menselijke sporen naar de nesten. 

Kievit 
Het aantal broedparen van de Kievit neemt nog elk jaar af. Ook valt op dat de Kieviten ogenschijnlijk geschikte akkers links laten liggen en gezamenlijk op één en dezelfde akker, dicht bij elkaar, gaan broeden. Afgelopen seizoen hebben we gelukkig wel steeds jonge Kieviten gezien, ook zelfs van de vroege legsels. Maar de legsels tussen het opkomende mais geven meer resultaat. 

Grutto 
Zoals reeds gezegd kwamen er gelukkig heel wat Grutto’s naar Berkelland terug en  half april vonden we al de eerste legsels. Opvalt dat ook de Grutto’s zich steeds meer terugtrekken in bepaalde gebieden om te broeden. Ze blijken erg plaats-trouw te zijn en dat maakt het voor de bescherming wat makkelijker. Door de drone hoeven we de nesten niet te benaderen, maar kunnen het broeden vanuit de lucht vaststellen. Pas wanneer er gemaaid gaat worden, wordt rondom de nestlocatie een heel stuk grasland afgezet en niet gemaaid . Uiteraard krijgt de boer dit financieel ruim gecompenseerd. Voordeel is dat we ook niet naar het nest hoeven te zoeken en geen menselijk spoor achterlaten. Deze manier van beschermen blijkt goed te voldoen. Voor het eerst na jaren hebben we weer op een tweetal locaties zeker jonge Grutto’s groot gekregen. Zorgelijk is het ontbreken van goede kuikenstroken of het meerjarig onderhoud ervan. In totaal 7 weidegebieden in ons werkgebied hebben we nog 25 tot maximaal 30 broedparen van de Grutto. 

Tureluur 
Ook de Tureluurs zoeken meer en meer elkaars gezelschap en dat niet alleen, ook het gezelschap van andere (grotere) weidevogels. Zij voelen zich beschermd door hun nesten dichtbij die van Wulp of Grutto te maken. Als er dan een predator komt, zorgen de grote weidevogels voor het verdrijven van het gevaar. De Tureluurtjes zelf laten echter ook niet over zich lopen en staan bekend om hun felheid. Het aantal Tureluurs blijft aardig constant. 
Elk jaar komen er wel jongen groot, maar van een toename is door de jaren heen geen sprake. Hun aantal ligt in ons werkgebied rond de 50 broedparen. 
 
Wulp 
Het gaat niet goed met de Wulp. Hun aantal zakt in Berkelland steeds verder. Deze zomer telden we nog maar 29 locaties waar mogelijk gebroed is.  Veel jonge Wulpen werden er niet gezien. De Wulp lijkt trouwens wel te profiteren van nestbescherming met stroomrasters. Maar het ontbreken van goede kuikenstroken voor voedsel en dekking, zorgen voor een zeer geringe aanwas. Ook kan de terugloop mede veroorzaakt worden door de alom heersende vogelgriep. 

Scholekster 
De Scholekster was dit seizoen  op meerdere vaste broedlocaties niet meer aanwezig. De afname kan bij deze soort ook met de vogelgriep te maken hebben. Als dak-broeders doen ze het redelijk goed, maar de grondbroeders hebben nagenoeg nergens jongen groot gekregen. Experimenten met grindplateau’s op palen hebben (nog) geen resultaat gehad. Op één locatie waar een grindpaal was geplaatst, broedde de Scholekster met succes in de dakgoot van de schuur. Geschat aantal Scholeksterparen in ons werkgebied is ongeveer 50. 

Nieuwe Drone 
Dit jaar hadden we de beschikking over een nieuwe drone. Deze modernere versie geeft scherper beeld, is gevoeliger waardoor ook met minder temperatuurverschil  gewerkt kan worden en er kan langer gevlogen worden op 1 accu. Dus we kunnen meer boeren van dienst zijn. De nadelen zijn nog steeds dat er met slechte weersomstandigheden niet gevlogen kan worden en dat koude legsels (eieren die nog niet bebroed worden) niet opgemerkt worden en bij werkzaamheden toch nog verloren gaan.  

Plasdrasgebieden 
Aan de Hagdijk en aan de Mengersdijk worden twee plasdrasgebieden met pompen nat gehouden. Afgelopen jaar zijn deze pompen met accu’s vervangen door pompen zonder accu’s. Ook is de capaciteit vergroot door vernieuwde pulsen te slaan. De zonnepanelen zorgen voor stroom. Schijnt er geen zon, dan werkt de pomp ook niet, maar de grotere capaciteit zorgt voor voldoende water en het systeem hapert minder. 

Er is nog geld beschikbaar voor een nieuw plasdrasgebied, inclusief pomp, in het Beltrumse Veld. Maar tot nu toe is er nog  geen grondeigenaar gevonden die hiervoor grond wil vrijmaken . 

Plannen voor komend jaar 
De vrijwillig(st)ers van Geesteren/Gelselaar hebben ervaren dat de jonge boeren en de loonwerkers in de regel weinig tot geen verstand hebben van weidevogels en de bescherming hiervan. Daarom hebben zij het plan opgevat om een scholingsprogramma aan te bieden aan de agrarische opleidingsinstellingen. De komende tijd gaan zij de praktische mogelijkheden hiervoor uitwerken. 

Aanleg ossenweide 
In het gebied Hagdijk loopt geen vee meer buiten. Een van de grondeigenaren is bereid een perceel te omrasteren en daar een beperkt aantal ossen in te laten grazen. Wij denken dat de aanwezigheid van vee en de mest die zij produceren een gunstige uitwerking heeft op de insectenvoorraad. Dit zal de weidevogels zonder meer ten goede komen. We gaan dit experiment dan ook graag aan. 

 

De Projectgroep Weidevogels  

Gerrit Stomp 
Cees van Beinum 

2024

De verwachtingen waren hoog gespannen. De winter was erg nat geweest en vele akkers en weilanden stonden blank. Ideaal voor de terugkerende weidevogels. Maar al snel bleek dat de broedterreinen zo nat bleven dat de vroege kievit-broedsels letterlijk in het water dreven. Grutto’s en Wulpen waren er wel maar gingen in veel gevallen niet tot broeden over. Soms vertrokken ze halverwege het broedseizoen naar elders.De voorgaande jaren is er veel gedaan aan terreinverbeteringen, om de broedgebieden te optimaliseren voor de weidevogels, maar helaas zonder het verwachte resultaat. Na een aantal veel te droge jaren op rij, hadden we nu te maken met een veel te nat en te koud jaar.Daar komt bij dat de vroege legsels (in niet te koude omstandigheden) de beste resultaten opleveren. Immers de predatoren hoeven nog geen prooien aan te slepen voor hun kroost. Deze keer zagen we dan ook dat er heel veel verloren ging, nadat de weidevogels laat in het seizoen toch nog hun kansen waagden.Kievit: Alleen van de kievit zagen we later in het seizoen toch nog groot geworden jonge vogels. Al hoewel de aantallen lager waren dan verwacht mocht worden.Grutto: Kwam slechts sporadisch tot broeden. Enkele broedparen in het gebied Hagdijk en een 6-tal broedsels in het gebied Noordijk. Er zijn twee rasters geplaatst. De ene te vroeg waardoor het legsel verstoord is en de tweede ging helemaal goed. Op de wildcamera was te horen wanneer de jongen het raster verlieten. (helaas buiten het zicht van de camera), maar toch weten we dat alle jongen zijn dood gegaan. De laatste werd na drie weken door de boer dood gevonden. (Dus niet gepredeerd, maar waarschijnlijk verhongerd). Eindresultaat: we hebben geen jongen vliegvlug gezien. HelaasScholekster: Begint standaard laat aan het broedseizoen. Ook van de Scholeksters hebben we geen vliegvlugge jongen op de akkers gezien. Wel bij de dakbroeders, maar daar weten we van dat hun broedresultaat aanmerkelijk beter is dan van de grondbroeders. Predatie is daarvan de belangrijkste oorzaak.Tureluur: De Tureluur houdt juist van veel nattigheid. Heeft wel succesvolle broedsels gehad, o.a. de vochtige gebieden langs de Berkel, maar de aantallen waren veel lager dan in andere jaren.Wulp: Ook de Wulp kwam maar slecht tot broeden en had daardoor ook weinig resultaat. Slechts op enkele locaties zijn vliegvlugge jongen waargenomen. Daar komt nog bij dat we in 2021 nog 74 broedparen in Berkelland telden en in 2024 nog maar 29! Landelijk gezien is dat nog steeds een hoge dichtheid, maar we zaten met 74 landelijk in de top vijf. Te hopen is dat dit maar een incidentele terugval is, want gehalveerd in een paar jaar tijd is anders niet te verklaren. Een reden om ook in het komend broedseizoen de Wulpenparen weer te tellen.Je zou verwachten dat door het uitblijven van resultaat voor al onze inspanningen het aantal vrijwilligers zou afnemen. Dat is gelukkig niet het geval. Hoewel onze aandacht in de eerste plaats gericht is op de daarvoor aangemerkte weidevogelgebieden, wordt bij alle nestbeschermingsvragen in de hele gemeente actie ondernomen.Van de Stichting Zonnebloemlinten heeft onze projectgroep een donatie van 1250,= euro ontvangen. Hiervoor hebben we rastermaterialen en twee wildcamera’s aangeschaft. Ook krijgen we dit jaar de beschikking over een nieuwe drone, die in meer weersomstandigheden inzetbaar is.De leden van de weidevogelgroep kijken verlangend uit naar de terugkeer van de weidevogels. Zouden we dan nu eindelijk eens een succesvol seizoen gaan beleven?

Gerrit Stomps Cees van Beinum.

2023

Na een opeenvolging van veel te droge broedseizoenen voor de weidevogels, beleefden we in 2023 eindelijk weer een goed weidevogeljaar. Hoewel het aantal broedvogels was afgenomen, konden we toch weer op meerdere plekken genieten van opgroeiende jonge kuikens. Op tenminste 12 locaties zijn weer jonge Grutto’s gezien. Ook de Wulp en de Tureluur deden het goed. Zorgelijk blijft de achteruitgang van de Kievit en de Scholekster. De belangrijkste oorzaak is het grote aantal aanwezige predatoren in de Achterhoek. Samen met de Ver. Agrarisch Natuurbeheer “Berkel & Slinge” draagt onze vogelwerkgroep zorg over een drietal, door de Provincie Gelderland erkende en ondersteunde weidevogel-gebieden in de gemeente Berkelland . De inzet van de boeren en de vrijwilligers is dermate hartverwarmend, dat de Provincie ook aan onze projecten steun wil geven. Ondanks dat de resultaten van de Achterhoek ver achterblijven bij die elders in Gelderland. De drie gebieden zijn: het Noordijkerveld, omgeving Hagdijk en het Beltrumseveld. Daarnaast spannen wij ons in voor alle weidevogelgebiedjes die succesvol lijken, zoals daar zijn: Overbiel, Stokkersbrug, Geesterse Es, Apedijk/Havelandweg, Antenneveld Noachweg.

Veel aandacht is gegeven aan het verbeteren van de kwaliteit van de gebieden. Daarvoor zijn we in gesprek met grondeigenaren, grondgebruikers, waterschap en gemeente. Hoewel nog een lange weg te gaan, zijn een aantal gebieden in onze ogen al sterk verbeterd. Jammer genoeg zien we dat in de toename van vogels nog niet terug.

Het inzetten van de drone gaat steeds beter. Al heeft de drone ook zijn beperkingen. Een belangrijke is het weer. Een andere beperking is dat boeren vaak op hetzelfde moment het land op willen en de drone dan overal op hetzelfde moment nodig is. Een andere beperking is dat de drone niets meer waarneemt onder het erg hoge gras.

Het gebruik van stroomrasters wordt geleidelijk aan wat meer toegepast. Of hierdoor de slagingskans verbetert, is nog moeilijk vast te stellen.

Voor het komend broedseizoen ligt de nadruk op het meten van resultaat. Nu er al een groot aantal terreinverbeteringen zijn uitgevoerd, moet dit toch eens tot succes leiden.

Voor de kerstdagen hebben alle meewerkende boeren en vrijwilligers een luxe stol ontvangen. Deze actie werd erg op prijs gesteld.

Van de Zonnebloemen-lint-actie van de VAN ontving de Projectgroep een cheque van 1250,= euro, te besteden aan de weidevogelbescherming. Het idee is om hier wildcamera’s voor aan te schaffen.

Gerrit Stomps , coördinator Projectgroep Weidevogels. Cees van Beinum.

2022

En weer was het een dramatisch jaar voor de weidevogels. Waar het voorjaar nog heel nat was en ons hoopvol stemde, werd de rest van het broedseizoen gekenmerkt door extreme droogte. En dat voor een derde jaar op rij. De opeenvolging van zoveel droge seizoenen op rij werkt catastrofaal door op de weidevogelpopulatie. Ondanks juist de vele inspanningen van onze weidevogelbeschermers. Er is veel geïnvesteerd in het opleiden van vrijwilligers, in het verbeteren van broedterreinen, met name rond de Hagdijk . Er werden gunstige afspraken gemaakt met grondeigenaren. Ook is ervaring opgedaan met het plaatsen van stroomrasters, m.n. rond enkele wulpennesten. Maar het heeft niet mogen baten, helaas. Veel weidevogels konden in de keiharde bodem geen voedsel vinden en staakten hun broedpogingen of gingen helemaal niet tot broeden over. Gevolg is een extreem laag aantal jongen. Positief was dat het werken met een drone steeds betere resultaten geeft. En ook het enthousiasme van de vrijwilligers is hartverwarmend. In de bijgaande overzichten is te zien dat over de brede linie een dalende trend zichtbaar wordt. Alleen de Tureluur lijkt zich goed staande te kunnen houden.
Het jaar 2023 is uitgeroepen tot het jaar van de Scholekster. De vraag, hoeveel Scholeksters er op platte daken broeden en wat het slagingspercentage daarvan is, staat centraal. Het wordt steeds duidelijker dat grond-broedende Scholeksters, met name door predatie, nauwelijks jongen grootbrengen.
We hopen dat 2023 eindelijk weer eens een gunstig weidevogelseizoen oplevert. Willen we weidevogels houden in de Achterhoek, dan is dat dringend nodig.

 

2021

Na twee uitzonderlijk droge weidevogelseizoenen was 2021 eindelijk weer een min of meer normaal broedseizoen. Dit blijkt ook uit de resultaten. Alle weidevogels zitten weer in de lift, zij het heel voorzichtig. In het jaar 2019 is echt het dieptepunt bereikt. De getallen geven wel een wat vertekend beeld, waar we wel rekening mee moeten houden. De weidevogels concentreren zich steeds meer in de laatste geschikte terreinen. En dat zijn, niet verwonderlijk, ook net de gebieden waar onze vrijwilligers hun aandacht op richten. Anders gezegd: de weidevogels worden steeds meer reservaatvogels. Maar in die resterende geschikte terreinen neemt de aanwas merkbaar toe. We hebben vlieg-vlugge jongen gezien van Wulp, Grutto en Tureluur. Buiten deze terreinen zijn nog nauwelijks weidevogels aanwezig.

Ook het aantal vrijwilligers neemt gestaag toe. Oproepen via de media leveren telkens weer nieuwe enthousiastelingen op. Zij worden, na een theorieles en meedraaien in de praktijk, zo veel mogelijk direct ingeschakeld.

De grootse verwachtingen van het opsporen en beschermen van nesten met de drone, vielen in 2021 wat tegen. Er waren nogal wat technische problemen op te lossen en ook bleek, dat vogels onder het hoge gras zelfs met de infraroodcamera niet of nauwelijks zichtbaar waren. Het eerste probleem gaat opgelost worden; het tweede zal blijvend zijn. En dat betekent, dat toch nog legsels in het gras opgezocht moeten worden, vooraf aan het maaien.

De medewerking van de boeren is, op een spaarzame uitzondering na, overweldigend. Heel veel agrariërs bellen de coördinator voor zij met bewerking aan de gang willen. Daarbij wordt door ons waar mogelijk voorgesteld om alle bewerkingen in één week te laten plaatsvinden, zodat de tussentijdse rustperiodes langer worden.

In 2021 is bescherming met een stroomraster tegen grondpredatoren op een enkele plaats uitgeprobeerd. Deze methode zou elders met name voor de Wulp goed werken. Wij hebben die ervaring nog niet, omdat gebleken is dat de omtrek van het raster erg groot moet zijn. Als de broedende vogel zelf tegen de stroomdraad loopt, stopt ze mogelijk met broeden.

De weersomstandigheden begin 2022 zijn gunstig voor de weidevogels. Dus zijn onze verwachtingen voor het komende broedseizoen hoog gespannen.

2020
De projectgroep weidevogelbeheer is al een aantal jaren intensief bezig met de inrichting en verbetering van 3 weidevogelgebieden in de gemeente Berkelland. Dit gebeurt met gelden van de provincie en in samenwerking met de Vereniging Agrarisch Natuurbeheer Berkel & Slinge.
Deze  3 gebieden zijn: het Beltrumseveld, het Noordijkerveld en omgeving Hagdijk.
Met de nodige maatregelen denken wij de neerwaartse lijn van de broedresultaten op deze locaties te hebben gestopt en hopen we de komende jaren op een toename van het broedsucces.
De afgelopen drie jaren hebben we ook veel last gehad van ernstige droogte. Dit was funest voor de weidevogels.
Wij hebben het afgelopen jaar met wat minder mensen gezocht dit  i.v.m. corona beperking, de leeftijd van veel vrijwilligers is 65 Plus dus voorzichtigheid gewenst. Toch is het een redelijk goed jaar geweest  wat nesten vinden betreft zie bijlage. Gelukkig weer vliegvlugge jongen zowel van Grutto als Wulp.
Het vliegen met de Drone gaat ook steeds beter dus ook het vinden van de nesten lukt beter.
Op dit moment hebben zich 7 nieuwe vrijwilligers aangemeld om ons te assisteren, wij gaan ze zelf ook opleiden als Weidevogelaars.
Afgelopen jaar hebben wij ook geen bijeenkomsten kunnen houden, ook dit i.v.m. beperking van het aantal mensen dat bijeen mag komen.

2017
Weer een moeilijk jaar voor de weidevogels de uitkomst was iets beter dan afgelopen jaar, maar toch te weinig oorzaak bekend predatie.Voor dit jaar hebben we de beschikking over een Drone , zodat we niet meer het veld in hoeven, niet eerder dan dat er gemaaid wordt.De weidevogelgroep Berkelland heeft afgelopen jaar voor het eerst een proef gedaan met Drone vliegen, in 2,5 uur tijd over verschillende percelen zijn in totaal10 nesten gevonden,waarvan 6 grutto’s,1 wulp, 1 tureluur en 2 kieviten, dit was de primeur voor Gelderland.In Gelderland zijn we nu met 7 Drone piloten in opleiding a.s. vrijdag onze praktijkdag vliegen,hopelijk met goed gevolg.Het patrijzenproject willen we ook gaan uitbreiden alleen al voor de cursus patrijzen tellen hebben zich 58 mensen opgegeven.In Berkelland zijn afgelopen jaar 49 randen met een totale opp. 6,4 ha. aangelegd.Ook de werkzaamheden rond de nieuwe N18 dragen bij aan verbetering van hun leefgebied, deze braakliggende gronden zijn van belang voor voedsel en dekking en nestgelegenheid.

 

2015


Net als vorig jaar hebben 37 vrijwilligers bij 85 landbouwers (2014:95) het aantal weidevogelnesten geteld. Ten opzichte van 2014 zijn er geen grote verschillen, de kievit lijkt het ten op zichte van 2014 wat beter te hebben gedaan, de trend is echter dalende.
Bij de kievit zijn er 279 nesten geteld (2014: 258)
Bij de scholekster zijn er 21 nesten geteld(2014: 22)
Bij de wulp zijn er 45 nesten geteld (2014: 47)
Bij de grutto zijn er 84 nesten geteld (2014: 86)
Bij de tureluur waren er 4 nesten (2014: 8), dit aantal schommelt de laatste 8 jaren tussen de 4 en de 8 nesten.
Over de afgelopen 8 jaar is procentueel gezien de afname van het aantal kievitsnesten het meest opvallend: 2007: 464 nesten en 2015:279 nesten.

Download hier de statistieken van 2015

Download hier het rapport over de weidevogels in Berkelland 2015

 

2014

Download hier het verslag weidevogelvrijwilligers startavond 2014

Download hier de statistieken weidevogels Berkelland van 2007 tm 2014

Download hier het blad Vogels in Berkelland 2014 met informatie over de zwaluwen, uilen en weidevogels in Berkelland.

2013

Download hier verslag startavond weidevogelvrijwilligers 18-03-2013

2012

Download hier de statistieken van weidevogels van 2007 tm 2012 van Berkelland

2008

Download hier het verslag en statistieken van weidevogels Neede - Borculo

2006

Download hier het verslag en statistieken van weidevogels Neede - Borculo

2004

Download hier het verslag van 2004 Neede-Borculo

2003

Download hier het verslag van 2003 Neede - Borculo