Verslag kerkuilen

2019 

Een mooi uilen en een zeer goed valken jaar In het jaar 2019 hebben we ons weer bezig gehouden met het up to date maken van de uilen en torenvalkkasten. Ook hebben we 20 steenuilkasten, 5 bosuilkasten, 3 kerkuilkasten en 4 torenvalkkasten bijgeplaatst of oudere kasten vervangen. Het uilenjaar 2019 was zonder meer goed te noemen en met name door de goede muizenstand waren er grote broedsels met redelijk veel jongen. Het jaar is iets minder dan het topjaar! 2016, toen er ook veel muizen waren en er in Friesland en Groningen, net als in het afgelopen jaar en in 2014 veel Velduilen tot broeden kwamen. Doordat in 2016 na het groot brengen van de jongen de muizenstand inzakte kregen we veel terugmeldingen van dode jongen wegens voedselgebrek. Deze terugmeldingen hebben we in 2019 niet opgemerkt en dus we nemen aan dat er veel jonge vogels volwassen zijn geworden. Misschien dat daardoor in 2020 de kastbezetting nog groter is? We wachten af. De Bosuil had een topjaar met 66 uitgevlogen jongen, dat zijn er 25! meer dan in 2018, wel dient opgemerkt te worden dat er ook 7 kasten meer bezet waren. Ook de Kerkuil was goed op dreef met 218 uitgevlogen jongen en 53 bezette kasten, maar toch nog weer 4 kasten minder bezet dan in 2016. In 2018 waren maar 39 kasten bezet door de Kerkuil. De Steenuil deed het ook naar behoren met 30 uitgevlogen jongen meer dan 2018. Maar ook bij de Steenuil was de bezettingsgraad van de kasten groter met 129 bezette kasten t.o.v. 98 in 2018. De extra aandacht voor de Torenvalk begint zijn vruchten af te werpen; er waren meer kasten bezet, 2 stuks maar ook het aantal uitgevlogen jongen was groter: 79 met een gemiddelde van 4,9 jong per broedsel! In 2020 gaan we op dezelfde voet verder maar met een extra uitdaging: de administratie van de nesten en de ringgegevens! Onze nestor Anton Meenink heeft om leeftijd en gezondheidsredenen zijn taken als administrateur van de uilenwerkgroep moeten beëindigen. We hebben zijn taken verdeeld en in een andere vorm gegoten met het vertrouwen dat de juiste cijfers en ringgegevens ook voor de toekomst gewaarborgd zijn. We willen hierbij Anton namens de uilenwerkgroep hartelijk danken voor de vele uren die hij hieraan al vele jaren heeft besteed! Ook gaan we door met de nestbescherming van de uilen en zullen waarnodig kasten vervangen en eventueel nog nieuwe kaste bijplaatsen. Verder blijft ook het plaatsen van camera's actueel. 

 

werkzaamheden Uilenwerkgroep berkelland 2019

De uilenwerkgroep heeft zich in 2019 bezig gehouden met:

het repareren of vernieuwen van bestaande nestkasten voor de Bosuilen, Steenuilen, Kerkuilen en Torenvalken. Het plaatsen van nieuwe nestkasten op nieuwe geschikte locaties voor Bosuilen, Steenuilen, Kerkuilen en Torenvalken.
Het controleren van de broedsels, het ringen van de jongen van genoemde vogels, het ringen van de eventueel ongeringde oudervogels, het controleren of de vogels zijn uitgevlogen en het controleren/schoonmaken van de kasten.
Het geven van voorlichting over uilen bij natuurorganisaties en burgers, het redden en naar opvanglocaties brengen van gewonde of zieke vogels.
Ook hebben we dit jaar een geslachtsonderzoek gedaan bij Steen en Kerkuilen omdat het met name bij de Uilen moeilijk is om op uiterlijk het geslacht te bepalen. Dit onderzoek werd uitgevoerd in de vergaderruimte bij Henk Lammers en stond onder leiding van Luuk de Haan.
Verder zijn we bezig geweest, en nog bezig, om de administratie te stroomlijnen naar de nieuwe situatie, nu A. Meenink te kennen heeft gegeven per 1 januari 2020 te stoppen met zijn administratieve werkzaamheden. Anton heeft ruim 20 jaar de gehele eindadministratie gedaan, zowel voor onze kring Berkelland als mede naar het Vogeltrekstation te Wageningen. Hij is daarin altijd heel secuur geweest, wat er toe heeft bijgedragen dat we nu een database hebben over de Uilen en Torenvalken in Berkelland die zijn weerga niet kent!. Doordat Kees Vredeveld en Anton Meenink zijn gestopt is er wijziging opgetreden in het coördinatoren bestand. Toegetreden zijn nu Kees van Rijn en Jaap de Jong/Joost Bus zodat er nu de volgende verdeling is per plaats: Borculo: Peter te Morsche, Eibergen,Beltrum,Groenlo,Rekken: Henk Lammers, Geesteren/Gelselaar: Roel Toussaint, Neede: Kees van Rijn, Ruurlo: Jaap de Jong en Joost Bus. Met de inbreng van de vele vrijwilligers/controleurs/coördinatoren, meer als 30 mensen houden zich bezig met de uilen en torenvalken in Berkelland, zien we het jaar 2020 voor de Uilenwerkgroep met vertrouwen tegemoet.

2017

Download hier de statistieken voor de kerkuil

Het was over het algemeen een gemiddeld uilenbroedseizoen.Met 44 uitgevlogen jongen hadden we bij de Bosuil in 2017 weliswaar  1 jong meer dan in 2016, maar er waren ook twee broedsels meer zodat het gemiddeld iets minder was dan in 2016.De Kerkuil en de Steenuil deden het ook wat minder dan in 2016 met respectievelijk 198 en 284 uitgevlogen jongen.  Bij de Kerkuil was de terugval  in de muizenstand een aantal weken na de geboorte van de jongen een van de oorzaken. De jongen kregen niet genoeg voedsel waardoor er een aantal in de nestkast of vlak na het uitvliegen stierf van de honger.Ook hadden we te maken met enkele gevallen van predatie door waarschijnlijk Marters bij de Kerkuilen en Eekhoorns bij de Steenuilen. Om enige zekerheid daar omtrent te verkrijgen gaan we in 2018 enkele bewakingscamera's bij de kasten plaatsen.

2016

Download hier de statistieken voor de uilen en torenvalken in Berkelland

2015

Alle uilen hadden in 2015 een minder goed broedseizoen
Waarschijnlijk veroorzaakt door een minder goed muizenjaar.
Als gevolg hiervan legt het vrouwtje minder eieren, zijn er meer eieren schier en brengt het mannetje te weining voedsel naar het nest voor het grootbrengen van de jongen.
De Kerkuilen, de meest van muizen afhankelijke uil, bracht 70 % minder jongen groot,  in 2015:73 tegen 220 in 2014.

Anton Meenink

Download hier de statistieken van 2015

2014

Download hier de statistieken van 2014

2014 …Voor kerkuilen een topjaar

De muizenstand, is bepalend voor start van broedseizoen.
Anders dan bij de meeste uilen, wordt het begin van het broedseizoen bij kerkuilen niet door de kalender of een vroeg voorjaar bepaald maar is de voedselsituatie de bepalende factor.
Kerkuilen kunnen in alle maanden van het jaar broeden. Na zachte winters en bij een groot aanbod van (veld)muizen wordt er vroeger gebroed dan in slechtere jaren met weinig voedsel(daljaar veldmuis). In topjaren gaan sommige paartjes zelfs voor een 2e broedsel. Dit jaar waren de omstandigheden blijkbaar al vroeg optimaal. Half februari kwamen er bij ons al berichten binnen over broedende kerkuilen. Normaal controleren wij de kerkuilen nooit zo vroeg.

Tijdens het broeden zijn ze nogal verstoringsgevoelig en laten al snel hun legsel in de steek. Zijn er eenmaal jongen, dan is dat gevaar geweken. Een eerste controle, eind mei/begin juni is doorgaans nog vroeg genoeg. Henk Lammers, onze coördinator in Eibergen, meldde dat de kerkuilen bij hem op 8 maart hun eerste ei hadden gelegd. Henk heeft een bewakingscamera in de nestkast gemonteerd en kan dus zonder risico’s op een monitor zien hoe het er met “zijn” uilen bijstaat. Eind maart belde Henk om te vertellen dat het vrouwtje op 8 eieren zat te broeden. Gewoonlijk legt een kerkuil 4 tot 7 eieren. Deze worden meestal om de andere dag gelegd, Na het leggen van het eerste ei begint het wijfje direct met broeden. Na een broedperiode van 28 á 30 dagen komt het eerste jong uit het ei. Met ongeveer dezelfde tussenpozen als de eieren zijn gelegd komen de jongen uit. Een rekensommetje leert ons dat we half april dus“veilig” op controle konden gaan.

Bij de eerste controles bleek ons dat er in meerdere nestkasten al grote jongen zaten en dat ze ook nog eens veel broertjes en zusjes hadden. In een kast in Geesteren zaten 9 jongen, waarvan de grootste al ruim 5 weken oud was, hoogste tijd om de ringer uit te nodigen voor het ringen, meten en wegen van de jonge uilen, (hierover later meer). Totaal hadden we 39 paartjes met een broedsel. Hiervan zijn er om onbekende redenen 2 mislukt. Door de aanhoudende goede muizenstand hadden 5 paartjes nog een 2e broedsel, hiervan is er 1 mislukt. In totaal zijn er dit jaar 211 jongen uitgevlogen.
Het hoogste aantal sinds het topjaar 2007.
Voor meer cijfers zie tabel.
Na de drukte van het broedseizoen hebben we nog de nodige tijd besteed aan het plaatsen van nieuwe kerk- en steenuil nestkasten. Dit ter compensatie van een aantal biotopen die, door de aanleg van de nieuwe N18, verloren dreigen te gaan.

Neede, 15 feb. 2015 Henk Lammers / Anton Meenink

 

EIBERGEN – Heel wat boerderijen en huizen moeten wijken voor de nieuwe N18, daarmee ook een deel van de natuur. Rijkswaterstaat is nu druk bezig met compensatiemaatregelen. Onder andere voor kerk- en steenuilen in het gebied. De vogelwerkgroep ging maandag 13 oktober op pad om in Hupsel en omgeving nieuwe kasten op te hangen (zie foto’s en video). In totaal worden er acht nieuwe broedplaatsen ingericht. Bas Voerman aan de Ruiterweg kreeg als eerste bezoek. Daarna was de beurt aan Henk ter Agter (Hupselse Esweg). In zijn schuur werd een steenuilenkast geplaats en op de hooizolder een verblijf voor kerkuilen. ”Rijkswaterstaat geeft met deze actie een goed signaal af. Voor elke kast die verdwijnt komen er twee terug. Ook de bevolking werkt graag mee aan deze uitwisseling. Dat merken we in het veld”, zegt Cees van Beinum. De vogelwerkgroep heeft van Rijkswaterstaat opdracht gekregen om de aankomende vijf jaar te monitoren. Hieronder een leuke informatieve video!

2013

Download hier de statistieken van 2013

Voor gedetailleerd overzicht, donwload het overzicht hier.

 

2010 - 2012

Download hier de statistieken van 2012

Download hier de statistieken van 2011

Download hier de statistieken van 2010